Historie

Voor het ontstaan van het familiebedrijf Th. Feijen & Zn. B.V. moeten we terug naar 1870. In die jaren werd het graan van boeren in loon gemalen om het in zakken als veevoeder en/of via de bakker als broodmeel terug te leveren. Het malen gebeurde in die tijd met de windmolen, die in 1930 is afgebrand. Op dezelfde plek waar de molen stond, verrees een voor die tijd moderne fabriek, waar de hamermolen motorisch (stationaire dieselmotor) aangedreven werd.

Vanaf 1960 begon Feijen met het persen van lijnkoeken voor rundvee. In de jaren zeventig is Feijen geleidelijk overgeschakeld naar het pelleteren van voeders (brokjes). Toen begon ook het op maat leveren van voeders waarbij soja en lijnzaad, in de gewenste verhouding, door de verschillende aangeleverde granen verwerkt werden. In 1995 is de fabriek volledig gemoderniseerd en geautomatiseerd zodat nog beter aan de wensen van de klanten voldaan kon worden.

Om te voldoen aan de gestelde milieu-eisen zijn er in de afgelopen jaren de nodige investeringen gedaan. Denk hierbij aan eisen op gebied van reuk, stof, geluid en eventuele afvalstoffen. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de investeringen in een spoelplaats voor het reinigen van voertuigen met een olie- water afscheider en  een 'storthal' om aangevoerde grondstoffen zo stofvrij mogelijk te kunnen lossen. Inmiddels zijn voeders leverbaar in verschillende maten pellets, kruimel of meel, en nog steeds in de voor de afnemers best passende samenstelling.

TOP