Watervoorziening

"Een goede watervoorziening is van groot belang voor de gezondheid en productie van uw dieren!"

Wanneer een varken te weinig water op kan nemen van goede kwaliteit, daalt hierdoor ook de voeropname. Dit betekent een afname van voederconversie en groei. Hiernaast neemt de weerstand van het dier af en kan de agressiviteit in de stal toenemen. Toch wordt er over het algemeen te weinig aandacht besteed aan de drinkwatervoorziening. Vaak pas op het moment dat er een probleem speelt op het bedrijf. Daarom heeft Feijen een overzicht gemaakt met normen, aandachtspunten en tips over drinkwater voor varkens. We komen in de praktijk tegen dat de opbrengst nogal eens aan de lage kant is. Een geregeld voorkomende oorzaak is verstopping door voerresten bij nippels die in de brijbak zijn geplaatst. Er worden ook tips genoemd om overmatig watergebruik te voorkomen, omdat dit nadelig is voor het rendement van uw bedrijf.

Normen dagelijkse behoefte:

Dagelijkse behoefte in liters per dag

 

Lacterende zeug < 11 biggen      15-20

Lacterende zeug > 11 biggen      20-30

Guste/ dragende zeugen               8-10

Dragende zeugen dag 85-114     10-12

Gespeende big                                   1-2

Vleesvarken 25 kg                             2,5

Vleesvarken 100 kg                              6

 

  1. Bij hoge temperaturen stijgt logischerwijs de waterbehoefte.
    Bijvoorbeeld bij dragende zeugen met 0,2 liter bij elke graden boven 20 graden.
  2. Als zeugen te weinig water krijgen zal de osmotische waarde van de urine te hoog worden en is er een grotere kans op eiwit of bloed in de urine. De waterbehoefte is afhankelijk van veel factoren, zoals: voeropname, staltemperatuur, ruw eiwit en elektrolytengehalten in het voer, productiestadium van het dier en stress. Denk bij voer aan de hoeveelheid Natrium, Kalium en NSP’s in het voer.
  3. Denk ook aan hogere dosering (ongeveer 0,5 liter per dag) bij een lange watertrog, om alle zeugen voldoende kans te geven om te drinken.
Opbrengst drinknippel in liter per min.
Lacterende zeug 2,0
Big in kraamhok 0,3
Gespeende big 0,5
Vleesvarken 0,6

Aandachtspunten:

Lacterende zeugen

  1. Een lacterende zeug heeft veel water nodig voor lichaamsonderhoud en voor de productie van melk.
  2. Vooral op de dag van werpen heeft de zeug een grote behoefte aan water. Geef daarom de eerste dag met de hand extra water bij.

Biggen in het kraamhok

  1. Laat de drinknippels voor de biggen in het kraamhok even doorlopen vlak voordat de biggen eruit beginnen te drinken. Het water achter deze nippel heeft namelijk enige tijd stil gestaan en zit vol bacteriën (eventueel tijd door laten lopen dmv wasknijpers op de nippels zetten).

Gespeende biggen

  1. Spenen is een stressvolle situatie, waardoor de voer- én wateropname afnemen. Laat daarom de leiding regelmatig door lopen voor fris water en zorg voor voldoende drinkplaatsen.
  2. Een drinknippel apart van de brijbak nodigt eerder uit om te gaan drinken dan een nippel in de brijbak.
  3. De biggen voelen zich veiliger wanneer ze de kop niet in een bak moeten steken om te drinken. Bovendien voorkom je hiermee een belangrijke oorzaak van verstopping.
  4. Een aparte tijdelijke drinkplaats na spenen; Een drinkbak (ronde vorm/ licht van kleur) op het rooster bevestigen en geregeld met water vullen, bevordert de wateropname.

Vleesvarkens

  1. De wateropbrengst mag in het vleesvarkenshok zeker niet lager zijn dan in het gespeende biggenhok. Als de wateropbrengst lager is moeten de varkens meer tijd besteden aan drinken.
  2. Omdat ze dit niet gewend zijn is de wateropname lager en hiermee dus ook de voeropname.
  3. Een goede waterdruk beperkt vermorsing. Elke 0,1 liter per minuut meer betekent per vleesvarkensplaats elk jaar 0,1 tot 0,2 m3 vermorst water. Bij een bedrijf met 500 vleesvarkenplaatsen komt dit al gauw neer op een verspilling van 50 tot 100 m3 per jaar!
    Bovendien komt dit water vaak in de mestput terecht en moet het afgezet worden als mest.

10 tips van Feijen: 

 

  1. Onderschat het belang van drinkwater nooit, een ziek dier blijft langer drinken dan voer opnemen.
  2. Zorg er voor dat water gemakkelijk beschikbaar is voor het varken.
  3. Bij varkens (alle diercategorieën) in groepen is minimaal 1 drinkplaats per 10 varkens nodig.
  4. Te koud water moet door het lichaam worden opgewarmd. Dit kost energie die niet aan groei en onderhoud kan worden besteed.
  5. Neem minimaal eens per jaar een watermonster, ook wanneer u dit niet verplicht bent. Neem het monster op de plaats waar de dieren het drinken.
  6. Maak een vlotterbak regelmatig schoon. Hierin slaat gemakkelijk vuil neer en vooral bij hogere temperaturen is dit een ideale plaats voor de groei van micro-organismen.
  7. Een ruime wateropbrengst is goed, maar probeer vermorsing zoveel mogelijk te voorkomen. Water dat in de put terecht komt moet afgevoerd worden als mest.
  8. Wanneer u medicijnen geeft door het drinkwater spoel de leidingen hierna dan door met een reinigingsmiddel. Medicijnen kunnen neerslaan in de leiding wat de kwaliteit (smaak) en doorstroming van het drinkwater niet ten goede komt.
  9. Eén lekkende waternippel verliest bij een snelheid van een druppel per seconde ongeveer 6 m3 water per jaar. Door de nippel te vervangen bent u voordeliger uit.
  10. Plaats (bij elke afdeling) in de stal een watermeter om het watergebruik te kunnen meten. Staat de stal of afdeling leeg? Draai dan de toevoerkraan dicht. Als de meter nog loopt terwijl de kraan dicht is, is er ergens lekkage.
TOP